Parochie Peerke Donders, Tilburg
Parochie Peerke Donders, Tilburg Parochie Peerke Donders, Tilburg Parochie Peerke Donders, Tilburg Parochie Peerke Donders, Tilburg Parochie Peerke Donders, Tilburg Parochie Peerke Donders, Tilburg Parochie Peerke Donders, Tilburg
Parochie Peerke Donders uit Tilburg op Twitter Parochie Peerke Donders uit Tilburg op Facebppl

Kerstboekje

Kerstboekje

                       Advent - Kerstmis 2021

                          

 




Lieve mensen,

Wat hebben we weer een jaar achter de rug. Wel 1,5 meter afstand, geen 1,5 meter afstand en weer wel 1,5 meter afstand. Wel de hele familie bij elkaar, toch weer niet bij elkaar. Iedereen is het wel een beetje beu en dat is hartstikke logisch. Het liefste zien wij die gezelligheid van volle kerken met Kerst. Kerststalletjes kijken, kaarsje aansteken en samen zingen. Ik zing dan een beetje zachtjes want ik ben geen talent. Dat neemt niet weg dat ik er enorm van kan genieten om iedereen te zien met kerst en ik hoop, ik hoop dat het mag. 

Dat is ook wel wat ik zo tekenend vind voor Kerstmis: de hoop. We lezen weer over het volk dat in het donker wandelt en een groot licht ziet; een licht dat straalt over een land van grote duisternis. Het licht wat voor hen de hoop is op een betere toekomst. 

Voor velen is deze corona-tijd te vergelijken met dat land van grote duisternis, maar ook andere gebeurtenissen in je leven kunnen het soms donker maken. Wat kan ons dan leiden, wat maakt dat het wat lichter wordt in ons leven? Hoop, Licht, Liefde! Die Hoop, dat Licht en die Liefde die bid ik u toe. Dat u dit mag ervaren in uw leven. Dat er in de kortste en donkerste dagen van het jaar mensen zijn die u hoop bieden, die een licht voor u zijn en die de liefde laten bloeien. Dat u zo God mag ervaren nu en in heel uw leven. Ik wil eindigen met een gedicht van Meindert Boersma uit zijn bundel Het licht dat schijnt is komende:

Om licht.
Licht lentelicht komt
zendt stralen liefde
maakt mensen weer krachtig
vult ze met warmte.

Goddelijk licht van ver
dat zich nestelt
in de donkere nacht
onzichtbaar aanwezig.

Licht van de Christus
dat door duisternis heen
onthult wat waar is, en goed,
wat recht is, wat liefde.

Parel van licht geschenk uit de hemel
schat in ons hart
kom in ons wonen.

Zalig Kerstfeest en Gods zegen voor het nieuwe jaar namens het
team en het kerkbestuur van parochie Peerke Donders,
Voor jou, voor u en voor ieder die u lief is. 

Pastoor Frank Lemmens.

 




Vier kaarsen voor de advent: 
 


Adem.
Een kaars om op adem te komen:
snoeien in de eigen drukdoenerij,
de dingen vermijden die ons afleiden van onze idealen.
Worden zoals Maria,
luisteren naar een engel die ons nieuwe toekomst kan wijzen.
Laat ons de stille wijsheid uitspreken:
nieuwe adem krijgen
herboren worden.



Ruimte.
Een kaars om ruimte te scheppen:
onze eigen ontvankelijkheid vergroten
voor eenzame buren,
voor zieke familieleden,
voor collega's in depressie
voor mensen aan de rand van de samenleving.
Worden zoals de profeet Johannes de Doper.
Protesteren - samen-met-anderen- tegen onrecht.
Nodig uit tot solidariteit.
Armoede uitsluiten is gezamenlijke inzet.
Vrede vraagt een bijdrage van ieder mens.



 

Geduld.
Een kaars om te groeien in geduld en hoop.
Ons steriele klagen verminderen over wat er bij anderen fout loopt,
komen met een voorstel,
zoeken naar persoonlijke én structurele veranderering,
worden zoals de profeet Jesaja ten tijde van de joodse ballingschap,
mensen moed inspreken, mensen helpen vechten
tegen berusting en bitterheid,
mensen hefbomen geven om dingen en mensen te bewegen.
Verandering gebeurt met kleine middelen,
doorbraak van vernieuwing komt: hoe dan ook. 


Licht.
Een kaars om licht te laten schijnen in de samenleving,
licht voor medemensen in een donkere tunnel,
licht voor mensen-in-onrecht veraf.
Doen zoals die goddelijke mens Jezus.
Gaan naar mensen en groepen,
open en begaan met rechtvaardigheid en duurzaamheid,
bij hen binnengaan, zwijgen, aandachtig luisteren 
én ze sterk maken.
Ontmoeting is licht, verbondenheid verlicht. 
Jean-Paul Vermassen 

 



Maak je eigen sneeuwbol.


Dit heb je nodig voor jouw sneeuwbol.
- Glazen pot met deksel;
- Gedestilleerd water;
- Glycerine;
- Plastic of keramiek kerstfiguurtje, zoals een kerstboom, huis, rendier, kerstman (klein genoeg om in het potje te doen);
- Glitters (zoals sneeuwpoeder met glitters, klatergoud of wit glitterpoeder);
- Epoxy;
- Schuurpapier

STAP 1
Zorg dat je glazen pot schoon en droog is. Gebruik het schuurpapier om de onderkant van je deksel op te schuren en lijm hier het gekozen kerstfiguur op met wat epoxy. We gebruiken epoxy als lijm, omdat dit het meest waterproof is. Laat dit volledig drogen. 

STAP 2
Vul je pot met gedestilleerd water. Zorg dat de pot niet helemaal vol is, maar laat een laagje vrij. Voeg hierbij een druppel glycerine. Dit zorgt ervoor dat het water iets 'dikker' wordt en de glitters worden gescheiden in het water.

STAP 3
Voeg de glitters toe aan het water. Voor het mooiste sneeuweffect kun je het beste wat grotere glitters gebruiken. De hoeveelheid van de glitters is afhankelijk van de grote van je pot en hoe erg je het 'besneeuwd' wil hebben.

STAP 4
Als je kerstfiguur op de onderkant van de deksel helemaal is opgedroogd, draai je het deksel weer stevig vast op de pot. Even schudden en...
Klaar is je sneeuwbol! Is het geen plaatje?
 




              Soms breekt uw licht


                  Soms breekt uw licht
                  in mensen door
                  onstuitbaar

                   zoals een kind
                   geboren wordt.

                   Huub Oosterhuis
 



Tekenles: Eekhoorn




Stap 1: Teken de vorm van het lichaam en de kop met lichte potloodstreepjes.

Stap 2: Teken de staart erbij.

Stap 3. Nu kun je het pootje en het oogje tekenen.

Stap 4. Je kunt nu steeds meer details toevoegen.

Stap 5. Vul het oogje helemaal in op een klein puntje na, de staart kun je nu haartjes geven.

Stap 6. Inkleuren maar!

Uit het Pocket Winter boek van uitgeverij Snor


 



Het kerstverhaal voor kinderen (en ouderen).


Heel lang geleden, in een land hier ver vandaan, woonden twee mensen die veel van elkaar hielden. Ze heetten Jozef en Maria. Jozef was timmerman en Maria werkte in hun huis. Jozef en Maria waren erg gelukkig met elkaar. En ze werden nóg gelukkiger toen ze merkten dat ze een kindje zouden krijgen. Ze wisten dat het een bijzonder kind zou zijn. Een kind dat vrede ging brengen aan alle mensen.
Dat hadden Jozef en Maria niet zelf bedacht: een engel had het Maria verteld. Hij kwam als boodschapper van God. Hij had ok gezegd dat ze het kindje Jezus moesten noemen. Ga naar Bethlehem! Op een dag hoorden Jozef en Maria dat ze naar Bethlehem moesten gaan. Keizer Augustus, de hoogste baas van het land, had dat gezegd. Iedereen moest teruggaan naar de plaats waar hij geboren was. Jozef en Maria moesten daarom naar Bethlehem reizen.

"Hoe moet dat nou?" dacht Maria. "Ik kan zo'n lange reis nu toch niet maken? We moeten de hele weg lopen. Dat is veel te zwaar met zo'n dikke buik." Op een avond zei ze tegen Jozef: "Wat zou er gebeuren als we gewoon niet gaan?" "Dan komen we in de gevangenis", zei Jozef met een zucht. "Als de keizer zegt dat we moeten gaan, dan moet het. Het is nou eenmaal niet anders." "Maar ik kán het niet!" riep Maria met tranen in haar ogen. "Ik ben zo moe, en ons kind kan elk moment geboren worden. Straks gebeurt het zomaar onderweg. En wat moeten we dan doen?" "Ik bedenk wel iets", zei Jozef troostend. "Ga jij nu maar slapen." 

Op reis naar Bethlehem.
Die avond telde Jozef hoeveel geld ze nog hadden. Het was maar weinig. Alleen als ze heelzuinig zouden zijn, konden ze misschien een ezeltje kopen. Dan zou Jozef lopen en kon Maria op het ezeltje zitten. De volgende morgen stond Jozef vroeg op om een ezel te zoeken. Maria pakte ondertussen wat spulletjes in. Toen Jozef met een ezel terugkwam, konden ze vertrekken. 
Het was druk op de weg. Heel veel mensen waren onderweg naar de plaats waar ze geboren waren. Honderdduizenden mensen. Met paard en wagen, met ossenkarren, op kamelen, op ezeltjes of gewoon lopend. 
Na een paar dagen kwamen Jozef en Maria eindelijk in Bethlehem aan. Ze waren doodmoe. "Nog even volhouden, Maria", zei Jozef bezorgd. "Nog heel even maar." Maria wilde flink zijn en glimlachte naar Jozef. Hij was zo lief voor haar. De hele weg had hij zonder te klagen naast haar gelopen. Maar nu voelde Maria dat haar kind snel geboren zou worden. Ze werd een beetje bang. "Ik denk dat het gaat gebeuren, Jozef." "Wacht", zei Jozef haastig, "Daar is een soort hotelletje, een herberg. Ik zal vragen of er plaats voor ons is. Dan hebben we het warm en kan het kindje veilig komen. Maar je geen zorgen. Het komt wel goed." Maar even later kwam Jozef teleurgesteld terug. "De herberg zit al vol", zei hij. "Maar niet bang zijn hoor. Er zijn nog meer herbergen. Er is vast wel ergens plek voor ons." Maar waar Jozef ook aanklopte, nérgens was plaats. Niemand wilde hen binnenlaten. Zelfs niet als Jozef vertelde dat Maria elk momet een kindje kon krijgen. Overal gingen de deuren weer dicht. Jozef en Maria werden er wanhopig van. Maria moest er haar best doen niet te gaan huilen. Toen ze een stuk verder waren, wees Jozef voor zich uit. "Daar zie ik nog een herberg." Ze gingen ernaartoe en klopten aan. Een vriendelijke man deed open. "Nee," zei hij, "ik heb geen plaats meer in mijn hotel. Maar een stukje verderop staat nog een oude stal. Misschien kunt u daar slapen." Jozef bedankte de man. "We zullen er gauw naartoe gaan." "Het zal er tenminste droog zijn," zei Maria, "En in elk geval warmer dan buiten."

In de stal.
"Dit moet het zijn." Jozef deed de deur van de stal open en keek naar binnen. Achter in de stal stond een oude os. Hij hief even zijn kop op toen Jozef binnenstapte. "Kom maar, Maria." zei Jozef. Hij maakte een bed van stro en hooi waarin ze kon liggen. Daarna deed hij zijn jas uit, die hij oer haar heen legde. Toen liep Jozef naar buiten. Daar stond het ezeltje nog. "Kom jij ook maar binnen," zei Jozef. "Je hebt ons zo goed geholpen. Jij zult ook wel moe zijn." Hij zette hem bij de os. De os keek naar het ezeltje en het ezeltje snuffelde aan de os. Toen begonnen ze allebei rustig te eten van het hooi dat op de grond lag. Jozef ging bij Maria zitten en streelde haar haar. Hij was ontzettend moe. Ineens keek Maria hem aan. "Het komt!" zei ze. "Het kindje komt."

Jezus wordt geboren.
En die nacht gebeurde het. In de oude stal werd het kindje geboren. Maria wikkelde het in een paar doeken. Jozef vulde een voederbak met stro en Maria legde het kindje er voorzichtig in. Zo lag het lekker warm en zacht. Daarna ging Jozef naast Maria zitten. Hij sloeg zijn arm om haar heen. Samen keken ze naar dat kleine mensje. Ze hadden tranen van geluk in hun ogen. Zoiets moois hadden ze nog nooit gezien. En ze noemden hun kindje Jezus, zoals de engel gezegd had.

De herders en de engelen.
Terwijl Jozef en Maria vol bewondering naar Jezus keken, waren de herders buiten bij hun schapen. Ze moesten goed opletten dat er geen schapen wegliepen en dat er geen wolven in de buurt kwamen. Want ze wilden niet dat één van hun schaapjes werd opgegeten.
Opeens stond er een engel naast de kudde. De herders schrokken. Ze hadden nog nooit een engel gezien. "Kijk nou! Wat is dat?" Maar de engel zei: "Jullie hoeven niet bang te zijn. Ik kom iets moois vertellen. Er is vannacht een kindje geboren. Nu lijkt dat natuurlijk niet zo bijzonder, maar dít kind is door God beloofd. Iedereen heeft heel lang op hem gewacht. Als hij ouder is, zal hij de mensen helpen. Hij zal hun leren wat ware vriendschap en liefde is". Het was een donkere nacht. Tot het opeens licht werd. De herders hoorden een groot koor van engelen. Ze zongen om God te bedanken voor het kindje Jezus dat die nacht geboren was. De herder keken hun ogen uit. Zoiets hadden ze nog nooit gezien. "In de erte staat een stal. Ga daar eens kijken," zei de engel. De herders lieten hun schapen in de steek en gingen meteen op weg. Ze praatten opgewonden met elkaar. "Zou er echt een kind geboren zijn? Nou ik weet het niet, hoor. Het is allemaal zo gek."

De herders bij de stal.
Jozef en Maria zaten met hun kind in de stal. Plotseling hoorden ze stemmen dichterbij komen. Even later ging de deur open. Een paar herders keken nieuwsgierig naar binnen. Toen ze Jezus in de kribbe zagen, liepen ze naar hem toe. "Dus tóch," mompelden ze. "Er is een kind geboren. Zou dit dan het kind zijn waarover de engelen zongen?" De herders werden helemaal blij van die gedachte. Ze keken nog een tijdje. Toen namen ze afscheid. Ze moesten snel terug naar hun schapen. 

Een ster.
Jozef en Maria bleven in de stal achter; allebei doodmoe, maar heel gelukkig. Toen Maria na een poos in slaap viel, ging Jozef naar buiten om water uit de put te halen. Hij keek omhoog naar de hemel waar duizenden sterren stonden, grote en kleine. Maar recht boven de stal stond de mooiste ster van allemaal. Een grote, heldere ster. Hij was zó mooi, dat Jozef er verwonderd naar bleef kijken. Het leek of die ster hem iets wilde vertellen. En ineens wist Jozef het zeker: er was iets bijzonders gebeurd die nacht. Iets heel bijzonders!

Die wijze mannen en de ster.
Hoog aan de hemel straalde nog steeds die prachtige ster. Hij was zo helder dat je hem overal kon zien. Zelfs in de landen heel ver weg. In één van die landen woonden drie wijze mannen. Ze wisten veel van sterren af. Op een avond keken ze weer naar de hemel. "Moet je kijken!" riep één van hen. "Zie je dat? Wat een bijzondere ster." Toen zagen de anderen hem ook. " Weet je wat dat is? Dat is een koningsster. Nu weten we dat er ergens een koning is geboren." "Is dat echt zo?" "Ja, dat heb ik eens gelezen. Zullen we die koning gaan zoeken?" De anderen vonden dat een goed idee. Ze gingen meteen aan de slag. Ze maakten hun kamelen klaar voor de reis. En daarna zochten ze wat mooie cadeautjes uit voor de nieuwe koning. 
Toen gingen ze op weg. Boven hen schitterde de ster. Het leek wel of hij de weg wilde wijzen. 

De wijze mannen in Jeruzalem.
"Ik denk dat we in Jeruzalem moeten zijn," zei één van de mannen. "Daar staat het paleis van Herodes, de koning van Israël. Misschien heeft hij een zoon gekregen." Na een lange tocht kwamen ze bij het paleis aan. "Is hier soms een kind geboren?" vroegen ze. "Hoe komt u daarbij?" zei de soldaat die bij de poort stond. "Ik weet van niets." De drie mannen begrepen het niet. "En tóch moet er een koning geboren zijn." De soldaat haalde onverschillig zijn schouders op. "Maar niet hier." "Nou ja, dan gaan we maar weer." 
Teleurgesteld stapten ze op hun kamelen en gaan richting Bethlehem. "Wat doen we nu? Zullen we maar teruggaan?" "Nee!" riep één van de mannen. "Kijk eens naar de ster. Hij beweegt!" Verbaasd keken ze naar boven. Langzaam schoof de ster langs de hemel. En zo snel als ze konden, reden de mannen de ster achterna. Boven een kleine stal bij het plaatsje Bethlehem bleef de ster stilstaan. "Zou het hier zijn? Dat kan toch niet? Wat moet een koningskind in een stal? 
"Laten we toch maar gaan kijken." Ze stapten van hun kamelen en liepen naar de stal. Ze deden de deur open. En toen zagen ze het pasgeboren kindje. Het lag in een voederbak, een kribbe. De mannen knielden voor de kribbe neer. Ze wisten het alle drie zeker. Dit was het kind dat ze zochten. Het was geen gewoon koningskind. Het was een kind van God, dat gekomen was om de mensen te helpen. De mannen stonden op. Ze feliciteerden Jozef en Maria en gaven de cadeautjes: wierook, mirre en goud. Daarna gingen ze terug naar hun eigen land. Ze waren blij dat ze dit meegemaakt hadden. 
Naar: Bijbel voor kinderen, Marianne Busser & Ron Schröder 
 




           


Wanneer je naar de kribbe gaat ...


Wanneer je naar de kribbe gaat;
weet dat je vrede vindt,
als je het Kind maar binnen laat.

Je hoeft geen schatten mee te dragen
wanneer je naar de kribbe gaat;
weet dat voor dit Kind,
een klein gebaar volstaat.

Je hoeft niet lang te blijven,
wanneer je naar de kribbe gaat;
als je maar begrepen hebt,
wat dit kind te wachten staat.

Je hoeft niet bang te zijn
wanneer je naar de kribbe gaat;
dit Kind legt weer de rust
op jouw vermoeid gelaat.

Je hoeft niet veel te wensen
wanneer je naar de kribbe gaat;
weet dat in 't nieuwe jaar
dit Kind je niet verlaat.
 


 

Recept voor een gevulde (Kerst)cake

recept van Gretha Lonwijk

Voorbereiding:
Wel een handje rozijnen en/of ander fruit, bijvoorbeeld besjes (hoeft niet persé)
de avond tevoren in amaretto.

Benodigdheden:
- 250 gram cakemeel
- 250 gram roomboter of plantaardige margarine
- 180 gram witte suiker
- 2 of 3 eetlepels amaretto
- 1 zakje vanillesuiker
- 3 eieren
- 1 eetlepel slagroom of melk
- rasp of sap van een halve citroen

Bereiding:
- Vet de cakevorm in;
- Warm de oven voor;
- Klop de boter met de suiker, vanillesuiker, amaretto, citroenrasp en -sap tot een zacht, glad mengsel;
- Voeg de eieren een voor een toe;
- Voeg vervolgens ook de melk of slagroom toe;
- Voeg de cakemeel toe en mix tot een glad beslag;
- Als laatste het fruit (zonder vocht) voorzichtig door het beslag mengen;
- Het beslag overgieten in de cakevorm;
- Bak de cake in ongeveer een uur gaar, prik met een satéprikker in het midden om te controleren of het echt gaar is (de prikker moet er schoon uitkomen). 
- De cake even laten afkoelen in de vorm, vervolgens uit de vorm halen en verder laten afkoelen;
- Eventueel naar smaak wat van het vocht/amaretto waarin de rozijnen geweld zijn, over de cake sprenkelen en garneren met spikkels. 
 



Deel van een Groter Geheel.

Bisschop Muskens schreef in 2007 samen met Arjan Broers een boekje getiteld: 'Opmaat tot eeuwigheid'. Het is een boekje dat mij al jaren heel dierbaar is. 
Muskens wil er ruimte maken voor God als mysterie en hij wil ons meenemen in een houding van vertrouwen en overgave. Hij doet je stil staan bij leven in tijd en eeuwigheid. 
Stel je nou eens voor, zegt de bisschop, dat de ongeveer vijf miljard jaar dat de aarde bestaat, gelijk staat aan één kalenderjaar. Dan is er op 1 juli plantaardig leven ontstaan. Dierlijk leven is dan ontstaan op 10 november. Op de 31e december om 22.40 uur is de mens ontstaan (pas ongeveer 150.000 jaar geleden). De geboorte van Jezus Christus is dan te plaatsen op 12 seconden voor het einde van dit denkbeeldig jaar. 
Met het kerstverhaal hebben mensen aangegeven dat ze iets heel bijzonders mee maakten, iets dat hun begrip - hun tijd - ver te boven ging. Een ervaring van de eeuwigheid. Verbeeld ook met een ster boven Bethlehem. 
De geboorte van een kind als een ervaring die ons mensen overstijgt. Even bestaat er geen tijd. Wij zijn deel van een veel groter geheel. We kijken niet alleen naar boven, maar ook naar binnen. Het goddelijke - 'God'- is heel dichtbij. In zijn volwassen leven heeft Jezus mensen dat ook heel tastbaar laten ervaren. Hij tilde mensen op die moedeloos waren geworden. Jezus: Hij gaf aan blinden het gezicht, de nacht heeft Hij verdreven, gaf doden weer het leven. Waar Hij voorbijging werd het licht. Maar Jezus zag die instelling ook bij gewone mensen: De man die zijn reis onderbrak om een mishandelde zorg te geven, die was voor Jezus een voorbeeld. En die tollenaar die een nieuw begin maakte, die liet Gods werkzaamheid ervaren. In kwetsbaarheid werd en wordt iets van God gevonden. Zoals Jezus dat in het Evangelie van Matteus zegt: "Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien. Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden." (Mt.5, 8-9)

Huub Oosterhuis dichtte het als volgt:

Heer onze Heer, hoe zijt Gij aanwezig
en hoe onzegbaar ons nabij.
Gij zijt gestadig met ons bezig,
onder uw vleugels rusten wij.
              Gij zijt niet ver van wie u aanbidden,
              niet hoog en breed van ons vandaan...
              Gij zijt zo mens'lijk in ons midden,
              dat Gij dit lied wel zult verstaan.
Gij zijt onzichtbaar voor onze ogen
en niemand heeft u ooit gezien.
Maar wij vermoeden en geloven
dat Gij ons draagt, dat Gij ons dient.

Mag Kerstmis ons verbinden met elkaar en met heel de schepping!
Peter Derks, pastoraal werker
 



Kleuren op nummer


Download hier de kleurplaat voor "Kleuren op nummer". Veel kleurplezier!



Misschien...


Misschien is je huis te klein,
en kan er niemand meer in;
misschien is je huis te groot: Hij zal er zijn weg niet vinden;
misschien is je hart te koud om voor kleinen oog te hebben;
misschien is je hart te zwak om nog van goedheid te dromen;
misschien is het licht van je geloof gedoofd
en is je vertrouwen gestorven van ontgoocheling;
misschien is er voor niets, voor niemand plaats,
tenzij voor angst en vrees en dreiging;
misschien is je deur op slot, misschien ben je nooit thuis,
niet eens voor jezelf; misschien...
Waren de tijden beter misschien, of waren de mensen anders
toen Jezus kwam die eerste keer?
En toch kwam Hij, en toch komt Hij, elk jaar opnieuw.
Misschien kun je voor Hem alsnog een plaatsje vinden
in de herberg van je hart. 



Maak je eigen Kerstkijkdoos


Download hier de tekeningen voor je eigen Kerstkijkdoos. Veel plezier met knutselen!



Probeer eens iets uit in deze periode: de Winter bucketlist
1. Maak een lange (bos)wandeling en eindigen met het drinken 
     van een lekkere kop chocomel (met slagroom natuurlijk).
2. Maak een sneeupop. Moet het weer wel een beetje 
      meezitten natuurlijk. 
3. Bak samen koekjes.
4. Maak een kampvuur, gezellig met chocomel, glühwein of
     marshmallows.
5. Houd een spelletjes avond.
6. Verstuur kerstkaartjes.
7. Trek met z'n allen een foute kersttrui aan en maak een foto.
8. Kijk thuis een film. Doe de gordijnen dicht, maar het lekker donker
     in huis en zorg voor een flinke bak popcorn.
9. Maak met pel-pinda's een voedselslinger voor vogels of maak
     je eigen vetbollen.
10. Houd een pyjamadag en lees een boek of kijk een leuke kerstfilm. 
11. Maak met z'n allen een puzzel.
12. Houd een sneeuwballengevecht. 
13. Maak een pannenkoek ontbijt, met kaas, stroop én spek. 
14. Ga gezellig samen de eendjes voeren met oud brood.
15. Ga lekker chocolade fonduen of maak een kaasfondue.
16. Luister kerstliedjes en zing dat lekker hard mee.
17. Geen goede voornemens maken, omdat dat altijd kan!
18. Maak met kerst eens een heel ander gerecht dan je gewend bent.
19. Organiseer een buitenbarbecue: dikke jassen aan en de 
        vuurkorf aansteken!
20. Maak een kerstkrans.
21. Bak en versier een pepernotenhuisje.
22. Maak een fotoboek van het afgelopen jaar.
23. Maak het gezellig in huis met lichtjes en lekkere geurtjes.
24. Ga op zoek naar het lekkerste vegan-gerecht en maak het!
25. Maak een mooie raamtekening.
26. Houd een Winter wellness avond: een spa-avondje thuis.
27. Erwtensoep. Altijd een goed idee en ook heel goed te vinden
        in een vega of vegan variant.
28. Zoek je kledingkast eens goed uit.
29. Maak een avondwandeling door de wijk en bekijk de mooist
        verlichte huizen.
30. Sterrenkijken tijdens een avondwandeling. Het sterrenbeeld Orion
         is in de winter goed zichtbaar. 
31. Met het hele gezin ontbijten in bed. 

Inspiratie van: www.babybytes.nl ; www.enjoycelife.nl ; 
 www.minimalistdutchie.com ; www.kidsproof.nl/Tilburg



Zeepbellen blazen in de vorst.


Als het vriest kun je de mooiste zeepbellen blazen.
Door de kou vormen zich ijskristallen op de zeepbel en dat geeft een spectaculair effect.
Meer dan 10 graden onder nul is perfect. 
Zorg dat de verhouding zeep-water goed is: één kopje afwasmiddel, drie kopjes water en een scheutje glycerine. Glycerine kun je kopen bij de apotheker. 
Uit het Pocket Winter boek van uitgeverij Snor.



Couscous met geroostere spruiten en slavink.


Ingrediënten voor 2 personen
- 300 gr spruiten, schoongemaakt en gehalveerd
- 2 slavinken (of een vegetarisch alternatief)
- 3 eetlepels olijfolie
- 1 teen knoflook, fijngehakt
- halve rode peper, zonder zaadlijsten en fijngehakt
- 200 gram couscous
- halve zak spinazie of rucola

Bereiding:
1. Verwarm de over voor tot 220 graden C. Verdeel de spruiten en de slavinken over het bakpapier op de bakplaat. Besprenkel ze met 2 el olijfolie en rooster ze in de voorverwarmde oven in 20 min. beetgaar.
2. Maak de couscous klaar volgens de aanwijzingen op het pak. 
3. Verhit in een koekenpan de laatste el olijfolie. Fruit de knoflook met de rode peper 1 min. Schep de couscous er door en schep af en toe om. 
4. Voeg de spinazie of rucola toe. Verdeel over de borden en leg de geroosterde spruiten en de slavinken er bovenop. 
Lekker met een beetje parmazaanse kaas

Van: www.lassie.nl



Zelf een vetbol maken in 6 stappen


Gebruik ongeveer één deel frituurvet of kokosvet op één deel zadenmengsel, het luistert niet heel nauw. Gebruik geen kippenvoer, deze zaden zijn te groot en te hard. Het vet moet ongebruikt en ongezouten zijn. 

1. Smelt frituurvet (ongezouten en liefst zonder palmolie) of kokosvet in een pan. 
    Wacht tot het warm is, maar niet heet.
2. Voeg daar al roerend het zadenmengsel aan toe en laat dit mengsel een beetje
    afkoelen.
3. Giet de warme brij in een vorm, bijvoorbeeld een blikje, een melkkarton, een theeglas,
    of een halve kokosnoot.
4. Leg daarin, voordat de brij stolt, een onbewerkt sisaltouw of henneptouw die ruim
    uitsteekt.
5. Zodra de massa hard is geworden, kan het vet met zadenmengsel buiten aan de draad
    worden opgehangen.
6. Soms is de vetbol moeilijk uit de vorm te krijgen. Een melkkarton kan rondom worden
    afgescheurd. Houd een theeglas of bik even in heet water; de vetbol komt dan 
    gemakkelijk los. De kokosnoot hoeft u niet te verwijderen, hang hem zo op. 
    U kunt het afgekoelde vet (met zaden) ook in stukjes snijden en op een voederplank
    leggen.  Op deze manier kunnen ook de vogels die normaal gesproken niet op een 
    vetbol zitten ervan eten.

Bron: website Vogelbescherming Nederland



Is er plaats voor Jou ...


Van Jou God, staat geschreven
dat Jij wilt wonen tussen mensen.
Er is voor Jou geen plaats in de huizen
waar de tafel belangrijker is dan zij die eraan eten,
waar de stoel belangrijker is dan zij die erin zitten,
waar de TV belangrijker is dan zij die ernaar kijken.
Er is voor Jou geen plaats
als de deur gesloten blijft voor de ontheemde,
of als de arme, de ex-gevangene,
de medemens op afstand houdt.
Er is voor Jou geen plaats.
Voor wie wel?
 



Lied: Voor ieder van ons een plaats aan tafel

(u kunt hier het lied zien en luisteren op YouTube)


Voor ieder van ons een plaats aan tafel,
voor ieder van ons schoon water en brood,
een veilige plek, een plaats om te schuilen,
een plaats in Gods licht als tafelgenoot.

Voor ieder van ons een plaats aan tafel,
voor iedere vrouw, voor iedere man.
Niet minder of meer, de een of de ander:
het delen van macht is deel van ons plan.

Voor jong en voor oud een plaats aan de tafel,
want iedere stem geeft klank aan het koor.
Een hand zoekt een hand, de jongste de oudste;
ze vinden elkaar en niemand gaat voor.

Voor ieder van ons een plaats aan de tafel,
beschadigd of gaaf, rechtvaardig of slecht,
en ondanks de pijn: een plaats van vergeving,
genadig begin van goddelijk recht.

Voor ieder van ons een plaats aan de tafel,
van eerbied vervuld, van angsten bevrijd,
een plaats om te zijn, een plaats om te worden
getuige van Hem, een levend bewijs.

tekst: Shirley Erena Murray;  vert.: René van Loenen.
Wild Goose, Iona


 




                                 Gezondheid, voorspoed en veel geluk ieder jaar,
                                             Dat is wat we wensen aan elkaar.
                                              Deze wens is natuurlijk erg fijn,
                                  Maar er zijn altijd dagen die minder goed zijn. 
                                          Wat we wel aan elkaar kunnen geven,
                                            Is echte vriendschap in het leven.
                             Vriendschap vol liefde, geduld en verdraagzaamheid,
                              Geef het door en we raken het nooit meer kwijt.
                                         Want als je dit durft te blijven geven,
                                   Komen vrede en geluk vanzelf in ons leven.
                                               Dit is wat ik jullie wil wensen,
                                          Dus geef het door aan alle mensen.